Reglement

1. Schoeisel:

  • Enkel multisport- of zaalvoetbalschoenen zijn toegestaan. Schoenen met noppen zijn niet toegestaan.

2. Kaarten:

  • Gele kaart: Bij overtredingen of onsportief gedrag wordt een gele kaart gegeven. De boete bedraagt 5 euro, afgetrokken van de waarborg.
  • Rode kaart: Bij ernstige overtredingen of herhaaldelijk onsportief gedrag wordt een rode kaart gegeven. De boete bedraagt 10 euro, afgetrokken van de waarborg. De speler is uitgesloten voor de rest van de wedstrijd en voor het hele tornooi.
  • Bij drie rode kaarten voor een team wordt het hele team uitgesloten van verdere deelname aan het tornooi.

3. Wissels:

  • Doorlopend wisselen is toegestaan, maar moet worden gemeld aan de scheidsrechter.
  • Een team mag maximaal 5 spelers tegelijkertijd op het veld hebben.

4. Spelregels:

  • De wedstrijdduur voor alle reguliere wedstrijden is 2 helften van elk 12 minuten.
  • De finale heeft een langere speeltijd, bestaande uit 2 helften van elk 15 minuten.
  • Gelijke stand is enkel mogelijk tijdens de reekswedstrijden. Indien er na de knock-out fase gelijke stand is, zal men overgaan tot het beurtelings nemen van strafschoppen vanaf de middenstip. Deze mogen enkel door speelgerechtigde spelers worden genomen. Spelers die een gele of rode kaart kregen, mogen niet deelnemen aan de strafschoppenreeks.
  • Elke ploeg zal exact evenveel spelers aanduiden die in aanmerking komen om een strafschop te nemen. Wanneer ploeg A met 7 is en ploeg B met 5, dan mag ploeg A 2 spelers vrijstellen van deze strafschoppenreeks. Dit moet echter voor aanvang van de reeks aan de scheidsrechter gemeld worden.
  • Het ‘sudden death’-systeem wordt gehanteerd: iedere ploeg neemt telkens 1 strafschop. Bij gelijke stand na deze 2 strafschoppen, neemt iedere ploeg opnieuw 1 strafschop. Bij de eerste ongelijke stand gaat de ploeg die scoorde door. Als er na 4 strafschoppen per ploeg nog geen winnaar is, zal het strafschoppunt verder weg gelegd worden tot op de lijn van het andere strafschopgebied.
  • Bij de puntentelling is een winst 3 punten, gelijkspel 1 en verlies 0. Bij een gelijk aantal punten wordt gekeken naar aantal gewonnen wedstrijden, doelpuntensaldo en gemaakte doelpunten. Indien er nog steeds een gelijke stand is, wordt er geloot.
  • Het is niet toegestaan om de bal met de handen aan te raken. (zie punt 7 handsball)
  • Overtredingen zoals duwen, trekken, hinderen en andere onsportieve gedragingen worden bestraft volgens de regels van het voetbalspel.
  • De beslissingen van de scheidsrechter zijn bindend en dienen te worden gerespecteerd door spelers en toeschouwers.
  • Elke ploeg dient zijn eigen ballen en uitrusting (tenues) mee te nemen.
  • Er zullen hesjes voorzien zijn wanneer 2 ploegen met hetzelfde kleur tenue spelen. Hesjes zijn te verkrijgen bij de infostand/drankkaartenpunt.

5. Fairplay:

  • Het naleven van de regels van fairplay wordt sterk aangemoedigd.
  • Respecteer medespelers, tegenstanders, scheidsrechters en toeschouwers.
  • Discriminatie, grof taalgebruik en onsportief gedrag worden niet getolereerd en kunnen leiden tot uitsluiting van het tornooi.

6. Rechtstreekse cornerbal:

  • Elke spelfout gemaakt door de verdedigende ploeg buiten hun strafschopgebied en waarbij de scheidsrechter oordeelt dat er aan de aanvallende ploeg reĆ«el doelgevaar wordt ontnomen en waarvoor hij een kaart toont, wordt bestraft met een rechtstreekse cornerbal.
  • Nadat die cornerbal is uitgevoerd, wordt het spel hervat met een vrijschop die toegekend wordt als gevolg van de gemaakte spelfout. Bij deze hervatting is het fluitsignaal van de scheidsrechter noodzakelijk.

7. Handspel:

  • De regel is eenvoudig: elk contact met hand of arm wordt bestraft met een rechtstreekse vrijschop.
  • Voorbeelden:
    • Een verdediger voert alleenstaand een sliding uit om een doelpunt te verhinderen, maar raakt de bal met de arm.
    • Een laatste man doet een zijdelingse beweging met armen naast en bij het lichaam.
    • Bij een trap van op 10 m beschermt de laatste man het gezicht met de handen.
    • Een laatste man staat onbeweeglijk in doel, met de armen verwijderd van het lichaam.
  • Uitzonderingen:
    • Een kapriool van de bal; een niet te voorziene wending waardoor de bal tegen arm of hand terechtkomt.
    • Een onbeweeglijke speler, met armen naast het lichaam, handpalmen tegen het lichaam.
    • Lichaamsbescherming bij een trap van op korte afstand.
  • Wanneer handspel bestraft wordt, volgt er altijd een rechtstreekse vrijschop.
  • De bal spelen met het schoudergewricht is niet toegelaten.
  • Een verdediger die een doelpunt verhindert met de hand, krijgt een gele kaart. De ref geeft nooit een rode kaart voor handspel.
  • Een speler (laatste verdediger) die glijdt of ligt of zit, moet beseffen dat het risico op handspel danig vergroot. De ref fluit dan ook het handspel, ook al wordt het handspel niet bewust of opzettelijk gemaakt.

8. Overige regels:

  • Op het speelveld mag er niet gerookt worden. Afval dient telkens in de juiste vuilbakken gedeponeerd te worden. Sluikstorten is verboden.
  • Probeer zoveel mogelijk je leeggoed terug te brengen naar de kantine.

Dit reglement is bindend voor alle deelnemers aan het minivoetbaltornooi. Overtredingen worden bestraft volgens de hierboven vermelde regels. Veel plezier en succes tijdens het tornooi!